

Minder vastlopen, meer bouwen
Vroeger was programmeren een ritme van flow en frustratie. Je bouwt, je loopt vast, je zoekt eindeloos op Google en Stack Overflow. Vaak nét niet de oplossing die je nodig hebt. Nu vraag je AI: “Dit is mijn probleem, hoe los ik het op?” en je kunt weer verder.
Steeds vaker ga ik zelfs een stap verder: niet “help me hiermee”, maar gewoon “maak dit”. Dat scheelt niet alleen tijd, het verandert de manier waarop we bouwen.
Snelheid is alles
Voor mij is snelheid cruciaal. Ik werk daarom het liefst met Claude Code. Waar Copilot soms traag voelt en je flow breekt, denkt Claude eerst na, maakt een plan en checkt of dat klopt. Pas daarna schrijft hij code. Minder heen-en-weer, meer tempo.
En geloof me: als je midden in je typflow zit, is wachten dodelijk.
Context wordt dé nieuwe skill
AI werkt net als een developer: hoe beter de context, hoe beter de output. Prompten is dus niet meer een trucje, maar een vak. Uitleggen wat je écht wilt, is een skill waar we allemaal nog in moeten groeien.
Soms kost dat meer tijd dan zelf tikken. Maar dat hoort erbij. Het is deel van de zoektocht naar een workflow waarin AI precies maakt wat jij wilt.
Low-code of full-code? AI kiest voor je
Wat ik interessant vind: AI verandert de keuzes die je maakt. Waarom zou je nog klikken in low-code als AI voor jou een front-end genereert?
Ik gebruik vaak Power Pages met Dataverse – een no-code database – en daar zet ik dan een AI-gegenereerde React front-end tegenaan. Je hoeft geen backend meer te bouwen, Dataverse regelt dat. Zo combineer je low-code en full-code, en ga je veel sneller van idee naar applicatie.
De junior-paradox
Maar er is ook een keerzijde. Hoe leer je programmeren als AI de code voor je schrijft? Hoe neem je verantwoordelijkheid voor iets dat je niet zelf gemaakt hebt?
Daarom geloof ik dat je als junior developer nog steeds code moet kunnen lezen en beoordelen. Niet elk detail schrijven, maar wel snappen wat er gebeurt. Als een klant vraagt: “Waarom doet dit script dit?”, kun je niet zeggen: “Geen idee, AI heeft het gemaakt.”
Altijd experimenteren
We zitten midden in een groot experiment. Niemand weet precies waar dit naartoe gaat. Wat ik wel weet: nieuwsgierigheid blijft je beste tool.
Ik kijk rond, probeer uit, ontdek nieuwe dingen zoals MCP-servers (waar AI niet alleen chat, maar ook tools voor je bedient). Soms werkt het, soms niet. Maar altijd leer je iets datje workflow beter maakt.
En over twee jaar?
Of we dan nog zelf code schrijven? Geen idee. AI gaat snel, soms sneller dan we kunnen bijhouden. Misschien kijken we straks terug en denken: waarom deden we dat allemaal handmatig?
Maar vandaag zitten we er middenin. Het is uitproberen, ploeteren en leren. En dat maakt dit vak misschien wel leuker dan ooit.
Meer weten?
Wil je meer weten over hoe wij AI en code combineren? Bij Blis Digital versmelten menselijke scherpte én AI-kracht om software te bouwen die sneller, slimmer én future-proof is.
Lees hier hoe wij dat doen.
FAQ
Veelgestelde vragen
Die beantwoorden we graag alvast. Staat je vraag er niet tussen, neem dan gerust contact op.
Leg vast wie de code reviewt, wie eigenaar is van het intellectueel eigendom en welke AI-tools mogen worden gebruikt. Vraag ook hoe je partner omgaat met code die je team later zelf moet onderhouden. Zonder die afspraken weet je bij oplevering niet waar de kennis zit.
Laat juniors vooral code lezen, reviewen en uitleggen aan een collega of klant. Geef ze bewust opdrachten zonder AI, zodat ze de basis onder de knie krijgen. Combineer dat met pair programming, waarin een senior toont hoe je output van AI beoordeelt en bijstuurt.
Reken op grofweg 20 tot 100 euro per developer per maand voor een tool als Claude Code of Copilot. De grootste kostenpost is de leercurve: prompten, context aanleveren en reviewen vragen begeleiding. Plan daar een paar weken voor in, anders blijft het bij losse experimenten.
Omdat de administratieve kant, denk aan een database en rechtenmodel, in low-code snel staat, terwijl de gebruikersinterface vaak stug klikwerk blijft. Door daar een gegenereerde front-end tegenaan te zetten, houd je de snelheid van low-code en de vrijheid van eigen code. Je bouwt bovendien geen backend.
Juridisch verandert er weinig: de leverancier blijft verantwoordelijk voor wat hij oplevert, ongeacht welke tool de code typte. Praktisch betekent het dat review, tests en documentatie zwaarder wegen. Vraag je leverancier hoe hij aantoont dat gegenereerde code is gecontroleerd, en leg dat vast in de opdracht.






